Wiskunde in de tweede fase

Sinds de invoering van de Tweede Fase in 1998 kunnen leerlingen op de middelbare school kiezen uit vier verschillende soorten wiskunde. Leerlingen mochten vanaf de Tweede Fase niet meer zelf hun vakkenpakket selecteren en de keuze voor welke soorten wiskunde werd gevolgd was gedeeltelijk afhankelijk van het gekozen profiel.

In eerste instantie, van 1999 tot 2007, werden de vakken Wiskunde A1, Wiskunde A1,2, Wiskunde B1 en Wiskunde B1,2 gecreƫerd. Hierbij moesten leerlingen met het profiel cultuur en maatschappij verplicht Wiskunde A1 volgen, leerlingen met economie en maatschappij moesten Wiskunde A1,2 volgen, leerlingen met natuur en gezondheid moesten Wiskunde B1 volgen en Wiskunde B1,2 werd verplicht voor leerlingen met het profiel natuur en techniek.

Na 2007 werd het systeem echter omgegooid en toen werden Wiskunde A, B, C en D geĆÆntroduceerd. Hierbij werden de 4 vormen uit het eerdere gedeelte van de Tweede Fase opnieuw ingedeeld en een andere naam gegeven. Wiskunde A werd de opvolger van Wiskunde A1,2, Wiskunde B werd de opvolger van Wiskunde B1, Wiskunde C werd de opvolger van A1 en Wiskunde D werd de opvolger van Wiskunde B2.

Leerlingen met het profiel Natuur en Gezondheid of Economie en Maatschappij kunnen in het nieuwe systeem kiezen uit Wiskunde A en B, leerlingen met Cultuur en Maatschappij kunnen kiezen uit Wiskunde kunnen kiezen uit Wiskunde A en C, terwijl leerlingen met Natuur en Techniek Wiskunde B moeten volgen. Daarnaast kunnen alle leerlingen die Wiskunde B hebben gekozen ook (vrijwillig) Wiskunde D kiezen.

Voor meer informatie over de onderwerpen die bij de verschillende soorten wiskunde worden behandeld kun je een kijkje nemen op de daarvoor bestemde pagina.