Wiskunde A, B, C en D

Wiskunde is in de Tweede Fase zijn na 2007 ingedeeld in 4 verschillende vakken, namelijk Wiskunde A, B, C en D. Hieronder vind je een korte omschrijving van de verschillen tussen deze vakken:

Wiskunde A

Het vak Wiskunde A voor HAVO en VWO richt zich vooral toegepaste analyse, kansberekening en statistiek. Het is vooral geschikt voor mensen die na de middelbare school een economische of biomedische wetenschap willen studeren.

Wiskunde B

Wiskunde B voor HAVO en VWO is vooral geschikt voor leerlingen die een exacte vervolgstudie willen doen. Er wordt aandacht besteed aan analyse, meetkunde, algebra, formules en vergelijkingen en wiskundig redeneren.

Wiskunde C

Deze vorm van wiskunde is alleen voor het VWO en vooral bedoeld voor leerlingen die een sociale, culturele, linguïstische of juridische vervolgopleiding willen doen. Het wordt over het algemeen gezien als de eenvoudigste vorm van wiskunde en de vereiste basisvaardigheden komen hier aan bod.

Wiskunde D

Wiskunde D is een bredere en diepere uitwerking van de vaardigheden die bij Wiskunde B worden geleerd en het vak kan optioneel worden gekozen door HAVO- en VWO-leerlingen die ook Wiskunde B in hun pakket hebben. Het is een goede keuze voor leerlingen die technische of wetenschappelijke vervolgstudies willen doen.

Voor Wiskunde A, B en C geldt dat er wél een centraal examen is, maar Wiskunde D heeft geen centraal examen. Het eindcijfers bij Wiskunde D bestaat dan ook alleen uit de resultaten van de schoolexamens en eventuele praktische opdrachten. Mensen die meer willen weten over de exacte programma’s en de invulling van de vakken raden we aan om een kijkje te nemen op de website van Examenblad. Daar wordt een zeer duidelijk overzicht gegeven.